Herinnering van Frank

Hallo, goedemiddag. Allereerst wil ik u bedanken voor het komen en welkom heten. Vele van u kennen mij niet, dus ik zal mij eerst even voorstellen. Ik ben Frank Grivel, zoon van Eric, en oudste kleinzoon van Maria. Zoals vele van u waarschijnlijk wel weten was ik, samen met mijn familie, in 1995 naar Amerika verhuisd. Inmiddels ben ik twee-en-half jaar terug in Nederland om te studeren. Graag zou ik met u willen delen een aantal mooie herinneringen die ik aan mijn oma heb.

Mijn eerste herinnering van mijn leven is met oma geweest. Mijn broertje, Mark, was een jaar of anderhalf toen hij van een klimrek af viel. Hij verloor een aantal tanden, en is door mijn ouders naar de spoedeisende hulp gebracht. Oma en ik bleven achter om Mark z’n tanden te zoeken. Volgens mij waren het er een stuk of vier, en heeft zij ze allemaal gevonden, terwijl ik meters verderop nog liep te zoeken. Dat was een jaar of 16 geleden.

Ik weet nog dat wij op bezoek gingen bij oma en dat Mark en ik meteen met de Duplo gingen spelen. De oude mensen zaten allemaal in de kamer ernaast te praten, maar bij oma konden wij met Duplo spelen! En omdat Mark en ik zo klein waren, wisten we niet waar we wel of niet aan konden zitten. Het bleek dat het weer iedere keer raak was als wij naar de wc gingen: dat knopje voor hulp indrukken. Over de intercom weer zo ’n stem: ”Mevrouw Grivel, gaat het?” En toen wisten wij dat we wéér verkeerd zaten. Het heeft volgens mij een jaartje of 10 geduurd voordat ik de wc daar op kon zonder dat er ambulances werden gebeld.

In de laatste paar jaren dat ik terug ben in Nederland ging ik gemiddeld één keer per twee maanden langs bij oma. Wat een bijzondere vrouw was het toch. Oké, goed, ze had altijd wel een klusje voor mij, maar dat deed ik met alle liefde, en de verhalen die zij kon vertellen over hoe het vroeger was! We leren natuurlijk op school met geschiedenis over de gebeurtenissen, maar om met een familielid te spreken die het allemaal heeft meegemaakt is toch heel bijzonder. Het verhaal over de vliegende bom die bij haar buren insloeg: dat verhaal gaf mij weer een duidelijk beeld van het geschiedenis; een menselijk beeld.

De afgelopen paar jaren en maanden was het wel duidelijk dat het met oma steeds iets slechter ging. Maar toch hield ze tot een maandje of twee geleden vol dat ik een warme maaltijd moest hebben voordat ik weer naar huis ging. Oma, die op haar 81e nog met gloeiend hete boorden heen en weer liep naar de keuken om mij een warme maaltijd te bezorgen. Dat had niet gehoeven, maar ik kon het zo erg waarderen.

Altijd was er iets leuks te vertellen toen ik bij haar was. Of een verhaal of een nieuwtje. Altijd was het gezellig. Voorheen ging ik met haar in de bar bij Meilust zitten, met mij babbelen over een kopje koffie of een biertje, vragen hoe alles gaat. De gesprekken werden naarmate ik ouder werd ook steeds van volwassener aard. Over economie, over de dood, over het leven, en zo voort. Zij zag mij steeds meer als volwassen, en ik hoop dat ik haar ook trots heb kunnen maken als oudste kleinzoon.

De laatste keer dat ik mijn oma zag, was toen ze al sliep. Ik heb haar omhelsd, en gezegd dat we allemaal ontzettend veel van haar houden. Mijn allerlaatste herinnering aan oma. Toen kreeg ik de melding dat ze overleden was. Rustig. Op haar termen. Zo had ze het gewild.

Oma, u was een bijzondere vrouw, een geweldig voorbeeld van hoe men z’n leven kan en zou moeten leiden. U verhalen blijven voor altijd bij me, en de tijd die we samen doorgebracht hebben ook. U bent weg, maar u wordt nooit vergeten.

Bedankt voor alles, lieve oma. Rust in vrede.

Dank u.

Frank Grivel

23 november 2011